Milieuvervuiling door onszelf
Tijdens de laatste ledenvergadering werd verslag gedaan van een onderzoek rond nestkastjes. Vrijwilligers van NMP vinden soms dode Koolmeesjes in de nestkasten. Op verzoek van onderzoekers van de Hogeschool Leiden worden de betreffende nestjes en de Koolmeesjes verzameld en opgestuurd, in het kader van Meet de Mees. Daar wordt onderzocht wat de oorzaak van het overlijden is.

Door Martin Bakker
Ervaren vrijwilligers van NMP hebben al een vermoeden. In de nesten wordt soms hondenhaar aangetroffen. Dat is op zichzelf niet vreemd. Vogels gebruiken wat beschikbaar is. Maar het roept wel vragen op. Veel honden krijgen middelen tegen vlooien en teken. Die middelen bevatten insecticiden als fipronil of imidacloprid. Resten daarvan blijven in de vacht aanwezig. Wanneer een eigenaar een hond borstelt en de haren in het bos achterlaat, komen die stoffen in de directe leefomgeving van vogels terecht.
Een deel van dat materiaal kan in nesten belanden. Daar komen nestjongen direct mee in aanraking en kunnen daar blijkbaar aan overlijden. Maar er kunnen ook andere factoren zijn. Deze vogels zijn afhankelijk van insecten als voedsel. Als die insecten verdwijnen omdat hun leefgebied wordt aangepast of verzwakt raken door dezelfde stoffen, is er minder voedsel beschikbaar.
Tegelijkertijd verandert het gebruik van deze middelen. Steeds vaker krijgen honden geen druppels meer op de huid, maar een tablet. De werkzame stof komt dan in het bloed van de hond terecht. Vlooien en teken moeten eerst bijten en krijgen daarna een neurotoxische stof binnen. Dat zijn andere stoffen dan fipronil of imidacloprid, maar het blijven insecticiden. De hond wordt zo onderdeel van het systeem waarin die stoffen circuleren. Wat er daarna gebeurt, is minder zichtbaar. Resten verlaten het lichaam via haren en uitwerpselen. Honden zwemmen, worden gewassen, liggen op plekken waar andere dieren komen. De route naar het milieu is diffuus, maar wel aanwezig. Het gaat niet om één bron, maar om veel kleine bijdragen tegelijk.
Dit is geen bewezen oorzaak-gevolgrelatie voor elk individueel nest. Het is wel een aannemelijk mechanisme dat past bij wat bekend is over deze stoffen. Wat opvalt is hoe dichtbij dit ligt. Er is geen fabriek, geen lozing, geen zichtbaar incident. Iemand borstelt een hond, laat het haar liggen en loopt verder. Dat is alles. Toch kan zo’n handeling onderdeel worden van een keten die eindigt bij een dood vogeltje in een nestkastje.
De vraag is dan wat hondenbezitters moeten. Want zonder bescherming krijgt een hond vlooien of teken. Maar het gebruik van deze middelen is geen alles-of-niets keuze. Veel eigenaren geven ze standaard, het hele jaar door. Dat kan ook anders. Gericht behandelen in plaats van routinematig gebruik is een eerste stap. In de winter is het risico vaak beperkt. In sommige gebieden komen minder teken voor. Regelmatig controleren na een wandeling helpt. Teken zijn vaak eenvoudig te verwijderen voordat ze schade aanrichten. Een vlooienkam en het wassen van manden en dekens doorbreken een beginnende besmetting.
Als er wel behandeld wordt, dan kan dat bewuster. Niet vlak voor het zwemmen. Haren niet in de natuur achterlaten. Middelen alleen gebruiken wanneer het nodig is en niet uit gewoonte. Dat vraagt iets van de eigenaar. Je moet kijken, afwegen en soms accepteren dat er een teek op je hond zit voordat je ingrijpt.
Hetzelfde patroon zie je op andere plekken. Mensen gebruiken bestrijdingsmiddelen in de tuin, spoelen resten in het regenputje of laten afval achter in het groen. Het zijn kleine handelingen, maar ze stapelen zich op. Wie borstelt een hond en ruimt het haar op? Wie kiest bewust voor een middel, of kiest ervoor het niet standaard te gebruiken?
We accepteren dat deze stoffen nodig zijn om onze huisdieren te beschermen. Tegelijk zien we dat ze zich verspreiden in het milieu en effect hebben op andere soorten. Zolang we dat blijven wegzetten als bijzaak, schuiven we de grens steeds verder op. De dode Koolmeesjes in de nestkasten laten zien waar dat begint. De vraag is waar het ophoudt.
Heeft u een idee voor een column of wilt u reageren op deze. Stuur dan een mail naar mij: martin.bakker50@gmail.com
