Terug naar hoofdinhoud

Scheefbloemwitjes

Gepubliceerd op 28 augustus 2025

Eind juli ontmoette ik Trudy uit Berkel. Ze vertelde dat ze de afgelopen jaren veel ervaringen had opgedaan met scheefbloemwitjes in haar tuin. Daar wilde ik graag meer over weten, dus ging ik half augustus bij haar op bezoek.

Een scheefbloemwitje lijkt veel op andere soorten witte vlinders. (Foto: Trudy Vloedgraven)

Door Caroline Elfferich

Het scheefbloemwitje lijkt veel op de drie soorten witte vlinders die algemeen voorkomen in de omgeving van Berkel: groot koolwitje, klein koolwitje en het klein geaderd witje. Augustus 2021 zag Trudy op de roze bloemen van haar Scaevola een witte vlinder die anders leek dan de andere witjes. Ze maakte een foto en na wat zoekwerk bleek dat het een scheefbloemwitje was: een vlindersoort die ze nog niet kende. Ze ging op zoek naar informatie over scheefbloemwitjes en vond een interessant artikel in het tijdschrift ‘Vlinders’ van de Vlinderstichting. Deze vlinders leefden oorspronkelijk vooral op rotsige berghellingen in de Alpen. In 2015 zijn ze voor het eerst in Nederland gezien, in Limburg. Ze trekken steeds meer naar het noorden.

Scheefbloemwitjes vertonen zich hier vooral in stedelijk gebied. De rupsen van deze vlinders eten bij voorkeur planten uit het geslacht Iberis (scheefbloem). Die zijn vaak in tuinen te vinden. Iberis sempervirens is een populaire groenblijvende bodembedekker met witte bloemen. Toen Trudy dit las heeft ze deze planten meteen in haar tuin gepoot. Het volgende jaar zaten er al eitjes van het scheefbloemwitje op haar Iberis.

Toevallig had een scheefbloemwitje de dag voor mijn bezoek eitjes afgezet, dus die gaan we bekijken. De eitjes zijn lichtgeel en sigaarvormig, naar schatting anderhalve millimeter lang. Elk eitje is afzonderlijk afgezet. Trudy vertelt dat het vrouwtje na het afzetten van enkele eitjes een korte rustpauze neemt voordat ze het volgende ei afzet. Deze keer heeft ze drie eitjes gevonden. Ze gebruikt haar telefoon in de ‘zoomstand’ om de piepkleine eitjes te zoeken tussen de smalle groene bladeren van de scheefbloem.

Trudy had gelezen dat de eieren na ongeveer vier dagen uitkomen. Ze is eens elk uur gaan kijken bij vier dagen oude eieren. Zo heeft ze gezien hoe een piepklein rupsje, bijna onzichtbaar met het blote oog, het ei verliet. Daarna at het rupsje de eischaal op. De jonge rupsjes van scheefbloemwitjes hebben een zwart kopje. Daardoor zijn ze te onderscheiden van de rupsen van het klein koolwitje. Begin juni zag Trudy een felgroene rups van het scheefbloemwitje tegen de muur van haar woning omhoog kruipen. Hij werd bruiner van kleur en veranderde uiteindelijk in een pop. We bekijken de pop. De vlinder is inmiddels uitgevlogen.