Spinnen zoeken in woningen
In januari sprak ik Marlijn de Boer over het spinnenonderzoek dat ze het komende half jaar zou gaan uitvoeren voor haar studie. Ze vertelde dat enkele jaren geleden de biodiversiteit van een aantal achtertuinen in Leiden is onderzocht. Dat leverde informatie op over spinnen buitenshuis. Marlijn was van plan om te gaan zoeken naar spinnen binnenshuis. Haar onderzoeksvraag: “Is er een relatie tussen de biodiversiteit van spinnen binnenshuis en buitenshuis?”

Tekst: Caroline Elfferich
Zo’n relatie zou ik niet direct verwachten, want in huizen leven doorgaans andere spinnen dan in tuinen. In de afgelopen twintig jaar heb ik in ons huis circa twintig soorten spinnen gevonden. Daarvan leven er twaalf vrijwel uitsluitend in gebouwen. De overige spinnensoorten waren per ongeluk in huis terechtgekomen. Ze kunnen zich daar meestal niet vestigen en langdurig overleven. Tot zover mijn ervaringen…
Ik was benieuwd naar de ervaringen van Marlijn, dus heb ik haar eind juni gebeld. Ze vertelde dat zeven bewoners, van woningen waarvan de tuin op biodiversiteit was onderzocht, bereid waren om mee te werken met haar onderzoek. In deze woningen heeft ze gedurende drie uur naar spinnen gezocht. Spinnen die ze niet meteen herkende heeft ze geprobeerd te vangen om ze later met de microscoop te bestuderen. Vaak kropen de spinnen in holletjes, vooral bij houten vloeren. Het viel haar op dat sommige inactieve spinnen, waaronder de grijze huisspin, eruitzien alsof ze dood zijn. Toen ze eens zo’n ‘dode’ spin probeerde te pakken klapten de lange poten uit en rende de spin weg met grote snelheid.
Het maximale aantal spinnen dat Marlijn in een huis heeft gevonden bedroeg twintig individuen van twee soorten. De grote trilspin was verreweg de meest talrijke soort die ze heeft aangetroffen. Ze heeft ook veel jongen spinnen gevonden. Die zijn alleen met zekerheid tot op de soort te determineren met DNA-onderzoek. Daar was geen tijd en geen geld voor beschikbaar. Tijdens het zoeken heeft ze soms meubelstukken verplaatst, voor zover dat mogelijk was. Dat leverde een verrassende vondst op: een valse wolfspin. Deze zuidelijke soort heeft het verspreidingsgebied naar het noorden uitgebreid. De laatste jaren worden ze steeds vaker in Nederlandse woningen aangetroffen. Valse wolfspinnen zijn niet gemeen. Het ‘valse’ betekent dat ze op wolfspinnen lijken, maar het niet zijn.
Het spinnenonderzoek van Marlijn is afgerond. De onderzoeksvraag kon ze niet beantwoorden omdat ze te weinig gegevens heeft kunnen verzamelen, maar het onderzoek was leerzaam.
