Terug naar hoofdinhoud

Vijverdwergduikertjes en waterkwaliteit

Gepubliceerd op 16 oktober 2025

Sinds vorig jaar onderzoekt de waterkwaliteitswerkgroep van de Natuur- en Milieubescherming Pijnacker de waterkwaliteit in de omgeving van Pijnacker. Ze doen dit, onder andere, door het bemonsteren van macrofauna. Daaronder vallen alle ongewervelde waterdieren die met het blote oog zichtbaar zijn, zoals: waterwantsen, waterkevers, poelslakken en larven van waterjuffers.

Vijverdwergduikertje gevangen in een sloot aan Komkommerweg. (Foto: Peter Elfferich)

Tekst: Caroline Elfferich

De bemonstering van macrofauna vindt plaats op een gestandaardiseerde manier. In het veld wordt de gevangen macrofauna ingedeeld in soortgroepen en het aantal diertjes per soortgroep wordt geteld. Sommige soortgroepen worden beoordeeld als indicator voor een goede waterkwaliteit (zoals schrijvertjes), andere voor een slechte (zoals steekmuggen). Op basis van de waarnemingen wordt een ‘rapportcijfer’ tussen 0 en 10 berekend, waarbij elke soortgroep een weegfactor heeft tussen 1 (slecht) en 5 (goed). Het landelijke project ‘Waterdiertjes’ gebruikt dezelfde methode.

Echtgenoot Peter zit in de waterkwaliteitswerkgroep. Dit jaar viel het hem op dat er op een aantal locaties in Pijnacker veel kleine duikerwantsen voorkomen, terwijl het water er verder slecht uitziet: troebel, veel draadalgen en weinig biodiversiteit. Duikerwantsen krijgen volgens de methode een hoge weegfactor (4). Daardoor krijgt een sloot vol duikerwantsen soms ten onrechte een hoog cijfer voor de waterkwaliteit.

In Nederland komen 33 soorten duikerwantsen voor. We besloten de kleine duikerwantsen nader te onderzoeken. Op 27 juli hebben we aan de Komkommerweg een monster genomen. Eén schep met het macrofauna-schepnet leverde honderden razendsnelle duikerwantsen op van circa twee millimeter lang. Thuis maakten we foto’s van de diertjes en Obsidentify determineerde ze als vijverdwergduikertjes. Op internet las ik dat deze kleine duikerwantsen vooral dode en levende algen eten.

Aan waterdierenspecialist Bram Koese, van EIS Kenniscentrum Insecten, heb ik gevraagd of hij de determinatie kan bevestigen. Zijn reactie: “Ja hoor, zeker een vijverdwergduikertje. Het pigment op de 'neus' is kenmerkend. Het is een soort die, naar mijn ervaring, meestal (massaal) optreedt op open stukken (klei)bodem, al dan niet met draadalg. Het is niet een soort die specifiek kenmerkend is voor een goede waterkwaliteit. Bijna elke soortgroep kent wel 'valsspelers'. Zo stellen kokerjuffers eigenlijk altijd behoorlijk hoge eisen aan de waterkwaliteit, alleen het spiraalkokertje is nou net een soort die een voorkeur heeft voor hele vieze kroossloten.” Elke methode heeft zijn zwakke punten...